Fileparkeren

Onderwerp: Rijles Instructie video

File parkeren is een veel voorkomende bijzondere manoeuvre, waarbij je de auto achter een reeds geparkeerde voertuig parkeert. Deze verrichting moet je vlot en vloeiend kunnen uitvoeren. De examinator van het CBR zal op de totale uitvoering hiervan, in combinatie met je kijkgedrag beoordelen. In dit lesonderdeel geef ik aan hoe je deze bijzondere manoeuvre –stap voor stap kunt uitvoeren- om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen.

Tijdens het examen zal de examinator tijdig een parkeer opdracht geven. Je mag daarbij zelf kiezen hoe je gaat parkeren. Dus dat kan in de vorm van file parkeren, vooruit inparkeren en vak parkeren. Dit mag zowel rechts als links van de weg zolang je het maar veilig uitvoert. Soms geven ze aan waar je ongeveer moet gaan parkeren. Bijvoorbeeld in de buurt van de rode brievenbus, bij huisnummer 18, zo dicht mogelijk bij de ingang van een supermarkt, etc. (huisnummer aanpassen en we hebben geen opname gemaakt van brievenbus en supermarkt)

In deze les behandelen we file parkeren aan de rechterkant van de weg. Zodra je een parkeer opdracht gekregen hebt ga je opzoek naar een parkeerplek met voldoende ruimte. Je hebt ongeveer 1,5 x auto lengte aan ruimte nodig om netjes te parkeren. Dus maak het voor je zelf niet te moeilijk.

Ik vertel je eerst waar je stoppen moet, wanneer je instuurt naar rechts en terug stuurt naar links. Daarna vertel ik wat het juiste kijkgedrag is. Anders wordt het te veel informatie tegelijk. Je instructeur houd toch de omgeving voor je in de gaten en zal je tijdig waarschuwen als je even moet stoppen om voorrang te verlenen.

Stop met je rechterspiegel ter hoogte van de rechter koplamp van de geparkeerde auto waarachter je wilt file parkeren.

De ruimte tussen jouw rechter spiegel en linker spiegel van de geparkeerde auto waarachter je wilt parkeren, moet ongeveer 1 spiegel ruimte zijn of 30cm.

Schakel in zijn achteruit versnelling dat is de R van Reverse.

Om op het juiste moment te gaan sturen gebruiken we hulpmiddelen we noemen dat referentiepunten. Op het moment dat de bovenkant van onze achterbank gelijk is of net voorbij de achterkant van de geparkeerde auto is en er komt geen gevaar aan, dan stuur je tijdens het zachtjes rijden snel naar rechts door middel van overpakken.

Door het overpakken van het stuur gaan de banden heel snel draaien. Hierdoor gaat de achterkant van je auto scherper naar rechts toe.

Als de rechterbuitenspiegel ongeveer gelijk komt met de achterkant van de auto. Stuur rustig naar links terwijl je rustig rijdt. Als je dichter bij de stoep komt stuur je snel naar links.

Stop op het moment dat de auto recht staat. Je kunt dit controleren in je rechter en linker spiegel. Op het moment dat je de straat uit kan kijken in beide spiegels dan staat de auto recht. Laat de voorwielen uitgestuurd (naar links) staan, zodat je na het parkeren direct weer weg kan rijden. Dus voor je examen hoef je niet terug te sturen!

Kijk goed om je heen voor dat je wegrijdt. Geef richting aan naar links als het vrij is om weg te rijden.

Rijd rustig eruit en op het moment dat de rechterkoplamp van je auto net voorbij de linker achterlamp van de geparkeerde auto is, stuur je rustig terug. Want de achterkant van je auto moet nog om de geparkeerde auto heen gaan.

Pas je snelheid vlot aan het overige verkeer en omstandigheden aan.

Zoals besproken hebben we eerst verteld waar je stoppen moet en wanneer je instuurt en terug stuurt. Nu doen we het zelfde maar dan met het kijken erbij.

Kijk naar voren om te bepalen waar je wilt gaan parkeren. Kijk voor dat je begint met remmen in je binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder of je gevaar (zoals: fietsers, bromfietsers, voetgangers) ziet aankomen. Als je iemand ziet aankomen, zorg dat je ze niet in gevaar brengt of onnodig hindert. Dus houd ze in de gaten! Na het kijken geef je richting aan naar rechts. Zorg dat je netjes stopt naast een geparkeerde auto waarachter je wilt file parkeren. Hoe dichter je bij de auto komt des te rustiger je moet gaan rijden.

De ruimte tussen jouw rechter spiegel en linker spiegel van de geparkeerde auto waarachter je wilt parkeren, moet ongeveer 1 spiegel ruimte zijn of 30cm. Controleer dus met een lage snelheid of je de spiegels niet stuk rijd of dat je te ver stopt zodat er nog een fietser tussen past. Tijdens het remmen en sturen houd je natuurlijk het verkeer achter je via de binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder in de gaten! Je stopt op het punt dat je rechter spiegel gelijk is met de koplamp van de geparkeerde auto.

Schakel in zijn achteruit versnelling dat is de R van Reverse. Hierdoor gaat het witte lampje achter de auto automatisch aan, zodat de weggebruikers achter je zien dat je achteruit wilt gaan rijden.

Kijk voordat je begint met rijden rondom de auto om te bepalen waar er eventueel gevaar vandaan zou kunnen komen en of er gevaar aan komt. Denk hierbij aan zijstraten, steegjes, geparkeerde auto’s, voordeuren van woningen etc. Juiste kijkvolgorde is: Naar voren, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, linkerschouder, naar voren, rechterbuitenspiegel en over je rechter schouder. Op het moment dat er iemand dicht in de buurt gaat komen moet je stoppen om hem voor te laten gaan. Elke keer nadat je iemand voorrang verleend hebt, kijk je opnieuw rondom de auto voordat je weer verder gaat rijden. Jij bent ten slotte ben bezig met een bijzondere manoeuvre.

Indien het veilig is ga je voorzichtig recht achteruit rijden. Zoals je geleerd hebt! Blijf dus om de 3 tot 5 seconden goed in je spiegels en over je linker en rechter schouder kijken.

Om op het juiste moment te gaan sturen gebruiken we hulpmiddelen we noemen dat referentiepunten. Het eerste referentiepunt om naar rechts te sturen is de achterste gordel of bovenkant van de achterbank met de achterkant van de geparkeerde auto. Het tweede referentiepunt is je rechter spiegel met de achterkant van de auto waar achter je wilt gaan file parkeren. Als de bovenzijde van onze achterbank of gordel gelijk is met de bovenzijden van de achterbank van de auto naast je. Dan ga je nog een keer kijken of er gevaar aan komt. Je kijkt hierbij in je binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en linkerschouder.

Op het moment dat de bovenkant van onze achterbank gelijk is of net voorbij de achterkant van de geparkeerde auto is ( en er komt geen gevaar aan), stuur je tijdens het zachtjes rijden snel naar rechts door middel van overpakken.

Het sturen moet wel vlot en volledig naar rechts gebeuren. Blijf wel de omgeving in de gaten houden. Door het sturen verklein je de ruimte links naast je! Stop dus op tijd als er iemand met hoge snelheid aankomt of iemand te dicht in de buurt bevindt. Let op spelende kinderen tussen de auto’s!

Als de rechterbuitenspiegel ongeveer gelijk komt met de achterkant van de auto kijk je in beide buitenspiegels om de snelheid van terugsturen te bepalen.
– Als de afstand tussen de auto en stoeprand in je rechterbuitenspiegel groot is dan stuur je rustig naar links terwijl je rustig rijdt. Hierdoor kom je dichter bij de stoeprand uit.
– Als de afstand tussen de auto en stoeprand in je rechterbuitenspiegel klein is, dan stuur je vlot naar links terwijl je nog rustiger gaat rijden.
Op het moment dat je naar links stuurt vergroot je de ruimte links naast je, want de auto gaat nu naar binnen draaien. Dus als er iemand aan komt vanaf de hoofdrijbaan voor of achter je, dan mag je voorzichtig door gaan. Je maakt immers de weg weer vrij voor de weggebruikers, omdat de voorkant van je auto naar binnen gaat. Stop wel op het moment dat het gevaarlijk is bijvoorbeeld als iemand zich op het parkeer gedeelte bevindt.

Stop op het moment dat de auto recht staat, laat de voorwielen uitgestuurd (naar links) staan, zodat je na het parkeren direct weer weg kan rijden. Dus voor je examen hoef je niet terug te sturen!
Blijf je langer geparkeerd staan dan stuur je de banden wel recht. Dit doe je door naar de 1e versnelling te schakelen, rustig naar voren te rijden en snel 1,5 slag naar rechts te sturen tot dat je banden recht staan.

Kijk goed om je heen voordat je wegrijdt. De juiste kijkvolgorde is: Voor, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder voordat je richting naar links aangeeft en kijk nog een keer tijdens het wegrijden. Geef geen richting aan als er iemand met hoge snelheid aan komt of dat je nog niet weg kunt rijden omdat je voorrang moet verlenen.

Als het veilig is ga je rustig rijden. Als het goed is staan je banden nog naar links en anders stuur je snel naar links. Je stuurt rustig naar rechts op het moment dat je rechterkoplamp net voorbij de linker achterlamp van de geparkeerde auto is. Stuur niet te snel terug want de achterkant van je auto moet nog om de geparkeerde auto heen gaan. Rijd daarom met een lage snelheid en controleer via je rechterspiegel of je voldoende ruimte ziet tijdens het uit rijden.

Als je eenmaal uit de parkeerplaats bent ga dan vlot naar de maximum snelheid of pas je snelheid vlot aan het overige verkeer en omstandigheden aan.

Belangrijke tips:
* Stop niet te dicht bij de linkerspiegel van de geparkeerde auto, anders heb je kans dat je het stuk rijdt.
* Stop ook niet te ver van de geparkeerde auto waarachter je wilt gaan parkeren, anders heb je kans dat er fietsers tussen kunnen en dat de bestuurders achter je er niet langs kunnen.
* Ga niet droog sturen hierdoor slijten je banden sneller. Droog sturen houdt in dat je stuurt terwijl de auto stil staat.
* Hoe herken je dat je te laat naar rechts gestuurd hebt en hoe herstel je dat? Je herkent dat door over je rechterschouder te kijken naar je referentiepunten. Je ziet dan dat je te ver naar achteren door gereden hebt. Je kunt dit eventueel herstellen door nog langzamer te rijden en sneller te sturen of dat je weer een stukje naar voren gaat en alles opnieuw uitvoert.
* Rijdt met slippende koppeling om je snelheid laag te houden. Dat houdt in dat je het koppelingspedaal niet helemaal los laat en af en toe in trapt om je snelheid eruit te halen.
* Als je te dicht bij de geparkeerde auto voor je komt, dan moet je de volgende keer iets later beginnen met naar rechts sturen.
* Als je te ver van de stoep komt, dan moet je de volgende keer iets rustiger terug naar links sturen.
* Stuur niet naar rechts op het moment dat er iemand aankomt! De voorkant van de auto zwaait uit naar links en kan gevaarlijk zijn!
* Als er iemand aankomt van links of rechts op het moment dat je naar links wilt gaan sturen. Rij dan rustig verder en stuur dan naar links om de weg vrij te maken voor het overige verkeer. Stop wel op het moment dat er voetgangers achter de auto op jouw parkeerplaats lopen!

Let op: De referentie punten kunnen per auto verschillen. Vraag daarom aan je rij-instructeur wat je referentiepunten zijn om te beginnen met sturen en wanneer je het beste terug kunt sturen. Het kijkgedrag kan per situatie verschillen, maar de belangrijkste richtlijnen hebben wij je in de instructiefilm verteld.