De Stopopdracht

Onderwerp: Rijles Instructie video

Stopopdracht is een veel voorkomende bijzondere manoeuvre, waarbij je de auto vooruit achter een reeds geparkeerde voertuig parkeert. Deze verrichting moet je vlot en vloeiend kunnen uitvoeren. De examinator van het CBR zal op de totale uitvoering hiervan, in combinatie met je kijkgedrag beoordelen. In dit lesonderdeel geef ik aan hoe je deze bijzondere manoeuvre –stap voor stap kunt uitvoeren- om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen.

Tijdens het examen zal de examinator tijdig een stop opdracht geven. Het is hierbij de bedoeling dat je kort achter een ander voertuig gaat stoppen, zodanig dat aansluitend weer vooruit weggereden kan worden. Je mag daarbij zelf kiezen of je rechts of links van de weg gaat stoppen.

In deze les behandelen we de stop opdracht aan de rechterkant van de weg. Zodra je een stop opdracht gekregen hebt, ga je opzoek naar een stopplek met voldoende ruimte. Je hebt minimaal twee autoparkeerplaatsen aan ruimte nodig om een stopopdracht uit te kunnen voeren. Dus maak het voor je zelf niet te moeilijk.

Nadat je een stopplek gevonden hebt, kijk je in je binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder. Bepaal tijdens het kijken of je veilig kunt stoppen zonder iemand in gevaar te brengen.

Geef richting aan naar rechts. Hierdoor zien de weggebruikers voor en achter je dat je wilt gaan stoppen.

Rem rustig af en kijk vlak voordat je naar rechts stuurt nog een keer in je binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder.

Als je rechterbuitenspiegel voorbij het einde van de geparkeerde auto is, stuur dan helemaal naar rechts toe. Houw er wel rekening mee dat je niet te vroeg of te snel moet gaan sturen anders is de kans groot dat je de geparkeerde auto beschadigd. Controleer dit ook door te kijken in je rechterspiegel en over je rechterschouder.

Als je linker speaker (dat is je nieuwe referentiepunt) op de lijn komt dan stuur je rustig naar links. Zorg tijdens het terug sturen naar links dat je met je referentiepunt de lijn blijft volgen. Als er geen lijn is dan kun je ook met de ruitenwisser de stoeprand volgen. Tijdens het sturen is het de bedoeling dat je met je rechter voorband zo dicht mogelijk langs de stoeprand gaat.

Stop dusdanig dat je de bumper of onderkant van het geparkeerde voertuig voor je nog kunt zien, want je moet nog vooruit weg kunnen rijden. Vraag aan je rijinstructeur hoever je het beste kunt stoppen, want dit kan per auto verschillen.

Wacht nu totdat de examinator de opdracht geeft om weer verder te gaan rijden.

Nadat je de opdracht gekregen hebt om verder te gaan, kijk je nog een keer goed om je heen. De juiste kijkvolgorde is: Voor, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder voordat je richting naar links aangeeft en kijk nog een keer tijdens het wegrijden. Geef geen richting aan als er iemand met hoge snelheid aan komt of dat je nog niet weg kunt rijden omdat je voorrang moet verlenen.

Als het veilig is ga je rustig rijden. Als het goed is staan je voorbanden nu recht naar voren. Rijd heel rustig en stuur snel door middel van overpakken naar links. Je stuurt rustig naar rechts op het moment dat je rechterkoplamp net voorbij de linker achterlamp van de geparkeerde auto is. Stuur niet te snel terug want de achterkant van je auto moet nog om de geparkeerde auto heen gaan. Rijd daarom met een lage snelheid en controleer via je rechterspiegel of je voldoende ruimte ziet tijdens het uit rijden. Vergeet niet het verkeer om je heen in de gaten te houden tijdens het wegrijden.

Pas je snelheid vlot aan het overige verkeer en omstandigheden aan.

Let op: De referentiepunten kunnen per auto verschillen. Vraag daarom aan je eigen rij-instructeur wat je referentiepunten zijn om te beginnen met sturen en wanneer je het beste terug kunt sturen. Het kijkgedrag kan per situatie verschillen, maar de belangrijkste richtlijnen hebben wij je in de instructiefilm verteld.

Belangrijke tips:
* Als er geen voertuig is mag je ook de stoeprand gebruiken.

* Ga niet droog sturen hierdoor slijten je banden sneller. Droog sturen houdt in dat je stuurt terwijl de auto stil staat.

* Ga het liefs niet over een stoep heen. Dit is slecht voor je banden, schokdempers enz.

* Stop niet te vroeg.

* Stuur niet te ver uit met het wegrijden.

* Als je te dicht bij de geparkeerde auto voor je komt, dan moet je wel een stukje achteruit rijden om er veilig uit te komen. Doe dat dan ook, want de examinator heeft liever dat je het veilig oplost. Sommige leerlingen denken dat je niet achteruit mag gaan rijden. Maar als het niet anders kan dan moet het wel.